Vroeg zeer |
||
Bladeren ruisen
bomen zwieren
terwijl gindse schilder
zijn levenstaak verricht
zwaluwen vliegen laag
september weer op til
wijdse wolken vormen
een onaantastbaar vergedicht
lieve prinses zonneschijn
waarom moet het zo moeilijk zijn
te spelen in een kinderrijm
te springen als een harlekijn
ongestoord te lachen
volmaakt gezond te zijn.
![]()
Ik wil een boom zijn
en mijn groene haar
vrijelijk doen spelen
met de zorgeloze wind
en enkele bevriende vogels
ben ik een boom
geen vogel kent mijn naam
uitgezonderd lieve Mira
Mira-lief weet mij te staan.
![]()
Er rust een roestdodend roepen
een brug
van hier is de nachtegaal niet gekend
vloeistof niet water
naar hier stroomt het levensbloed en
juichsluipen de groengroenbomen spelers
de kinderen eens zullen staan
op tweegedeelde tafels
wetend van goed en
goed
en onze monden gepaard
gaan in lachende handen.
![]()
Het verwekpaard wil ik bekbekijken
weten van zijn adem
...en van verval is nu de tong knelt
en spiegels ziet in modderwater...
op trilvingers breekt mijn lichtstralen oog
een dovemanshart kent taal noch teken.
![]()
In een oogwenk groot
zijn de wijze dwazen
van het moment
nu eenkennige wijzers
ook ruggelings leerden leven
is twaalf niet meer vierentwintig
kleuren nu zijn geuren
zijn eren
zijn er
daarom en waarom niet
in een oogwenk immers
staat mijn wieg.
![]()
Hij zegt het lied in woorden
maar klank vooral
met grootse interval
van cellulair tot aardvermaak
heeft hij weet van
steenhars en gezwel
en voelt van barse
wroeging
roept alle goden aan
en geeft de doden weer
zolang de lieden
sollen
zeg
wat er te zeggen valt
fitte rat met pikhouweel
en mond vol van bananen.
![]()