Kloosterlingen |
||
De deur slaat dicht
ik keer me om
loop terug naar binnen.
![]()
Een vriend naast mij
hoe zou het met hem zijn
buiten schemert het.
![]()
Mijn snaren zingen
verbeten
suizen auto’s af en aan.
![]()
De lege schommelstoel
hangt maar wat
te staan.
![]()
Een duif strijkt neer
op de dakgoot
vliegt dan weer weg.
![]()
Ik denk:
ik denk niet meer:
ik denk.
![]()
De belklank vervliegt
in het fluiten der vogels
ergens tussen gebladerte.
![]()