Buitenstaanders |
||
Schor zijn gulle lach
verankerd in de verkoop
is hij geslaagd
zijn grap vooruit.
![]()
Als uit een oud geborgen boek
lees ik het stille
leven dat jij nu bent blauwogige
cocon.
![]()
De grijsaard zong ooit ik
ben ook jong geweest
nu lacht hij in zijn vuistje
en juicht bij elke rake stap.
![]()
Schuw
zijn stenen huis
hangt openbaar hij zich
te drogen.
![]()
Als enige ziet hij af
van golven
de wadende karavaan
laat hem een blaffende hond.
![]()
Weerbaar van kledij tot
knook zich wanend
graait bij gevaar hij heel
vergeefs om teugel.
![]()