Aasgerei |
||
Wie zegt dat jij me roept
zwarte vogel in je staren
goed dan maak je kenbaar
zodat ik weer kan werken
neem me niet kwalijk
dat is mij inderdaad
ontgaan, ach
zoals zoveel.
![]()
Ik wil je vangen zo
dat je niet merkt hoe
je vlucht een keer neemt
als men je nodigt
te zingen in het bijzijn
van een ander.
![]()
Zij is te mooi voor voorbijgaan
iets vraagt mij in haar meer
te zien dan vogelvrouw
haar zitten dwingt mij
tot saamhorig
delen
steeds dichter zo
het zinkend staren van de ziel
waarin haar loden oog zich jongt.
![]()
Zon veel licht en warme dagen
waarin wij aan elkaar gewaagd
genieten van het tuimelen
der dingen hier
kwettert het om brood
daar hupt men om een lief
en ‘s avonds zit elk stil vertakt
dit spel nog te bezingen.
![]()
Geen geheimen niet
nog meer verlies wil ik
je schenken lieve
laatst van al verlangen
laat dit voldoende zijn
verhaaltje voor het slapen
heel heel lang geleden
zijn wij vogels eens verdwaald
in een vreemd bos
zonder enig zuchtje wind
als toen de merel niet
uit volle borst gezongen had
waren de elfjes nooit
gaan dansen.
![]()