VONK

OUDER

KOU

DIERLIJK

HET WERK

HUID

 

 

VONK

Deze kou

knarst alles bloot

 

mijn hart verlangt

naar jou.

 

OUDER

Mijn kinderen zijn niet meer van mij

ik heb hen helpen lopen

 

vanmorgen gingen zij besneeuwd op pad

en lachten om de schoonheid van de vlokken.

 

KOU

Gure winterwind

jij maakt mij

 

slaaf

van verlangen.

 

DIERLIJK

Deze wezens zijn sterk gebouwd

over strenge vorst geen woord

 

hoor mij

afgunstig kwaken.

 

HET WERK

Op zee hangen pegels

nu aan de baarden

 

van wie zich vastklampt

bovendeks verweer zoekt

 

tegen vlagen de voedselwenser

werkt onontkoombaar.

 

HUID

Hoe anderen elkaar verblijden nu

met hun bereidheid tot vereende tederheid

 

zijn zij op dit moment gezegend

in een toegewijd gebaar van hand

 

die nauw bewogen zegt hoe eindeloos verfijnd

wij leven met een even open ander

 

iemand die niets meer zoekt in dit raken

dan de milde huid van liefde’s eenvoud.

Naar begin van reeksNaar bovenNaarvervolg van reeks