Warmtezangen |
||
Deze kou
knarst alles bloot
mijn hart verlangt
naar jou.
![]()
Mijn kinderen zijn niet meer van mij
ik heb hen helpen lopen
vanmorgen gingen zij besneeuwd op pad
en lachten om de schoonheid van de vlokken.
![]()
Gure winterwind
jij maakt mij
slaaf
van verlangen.
![]()
Deze wezens zijn sterk gebouwd
over strenge vorst geen woord
hoor mij
afgunstig kwaken.
![]()
Op zee hangen pegels
nu aan de baarden
van wie zich vastklampt
bovendeks verweer zoekt
tegen vlagen de voedselwenser
werkt onontkoombaar.
![]()
Hoe anderen elkaar verblijden nu
met hun bereidheid tot vereende tederheid
zijn zij op dit moment gezegend
in een toegewijd gebaar van hand
die nauw bewogen zegt hoe eindeloos verfijnd
wij leven met een even open ander
iemand die niets meer zoekt in dit raken
dan de milde huid van liefde’s eenvoud.
![]()