In opspraak |
||
Zijn hart is al die tijd nog niet
ontloken klinkt terecht
dus wacht uitdagend zij
hoe de vreemdeling
dank zegt om het prille licht
in zijn zojuist doorgronde engte.
![]()
Zij treft mij met haar eenvoud
in mijn goudomrande gondel
ooit zal ik om haar
wanmoed delen in de drift
en handelbaar bezinken
als ontroerde medemens.
![]()
Waarheid
wordt bemoedigd
waar bouwsel valt
en geestverwanten wonen
veel te ondervoede
kinderen van liefde.
![]()