DE BOODSCHAPPER

STRONK

TWEE HANDEN

HET RUIME OOG

UITERLIJK

LEEG GELUID

AANTREKKINGSKRACHT

 

 

DE BOODSCHAPPER

Gehavende kaak langszij

speeksel niet maar regen

 

uit vleesloze lippen

en verkrampte klauw

 

klinkt “sterveling

ik hou van jou”.

 

STRONK

Oprecht of rechtgeaard is roestige

opdracht voor weerbarstig hout

 

balancerend in woelige voortgang

wordt toeverlaat gezocht bij aarde

 

onder vele kerven commentaar

adelt zich mijn alvormige voet.

 

TWEE HANDEN

Handen schenken lijf

van zich uitende geest

 

een hartgrondig tastend

herkenningspatroon.

 

HET RUIME OOG

Geen aanvang

natte draad bindt vlies

 

aan bol aan kas aan diepgang

in eeuwenlang verpozen

 

nauwlettend

louter ontwaard.

 

UITERLIJK

Gruwel van klater

stopverf in je neus

 

het ene oog stuurt

praal omhoog terwijl

 

het ander scheelt

van opmaak

 

alle uiting hier versteedt

zich aan besef dat die

 

verdomde aders roerend

zichtbaar blijven kloppen.

 

LEEG GELUID

Een bol van goud

aan hemelkoord zwaait

 

heen en weer

tussen windgevoelig rietglas.

 

AANTREKKINGSKRACHT

Niet als spijs

voor hongerigen

 

maar uit weids geheim

om ons vervoerd zijn:

 

naakt

in edelsteen.

Naar begin van reeksNaar bovenNaarvervolg van reeks