AVONDLIJKE LANDWEG

KOMST

DELEN

NACHTWAKE

OCHTENDLIED

VREUGDE’S AANVANG

 

 

AVONDLIJKE LANDWEG

Niets dat zo de ruimte vult

niets waarin ik zozeer oplos

als de aanblik van jouw wezen

de warme werking van je huid

in smetteloze tast

 

geen taal die onze klank spreekt

geen kunst mengt zulke kleuren

en geleerde noch handelaar

bevroedt de grenzeloze rijkdom

van geurgeheim

 

niemand heeft hier weet behalve

ongeboren engelen

verwaarloosde speelgoedbeesten

en vreemde korenkabouters die allen

zich tegoed doen aan ons dansen

 

welkom of vaarwel hier

laat alles vreugde zijn

om liefde die vertrouwen schenkt

om vrijheid die de harten loutert

het ene licht dat allen aldoor laaft.

 

KOMST

Als de nacht gevallen is

verschijnt aan de horizon

het godenkind

 

haar glimlach tilt zich

in mijn armen

ongekend

 

word ik onbekend

volstrekt

onkenbaar uit haar schoot

 

klinkt

blijven zal ik niet

mijn buik weigert te wenen

 

lichtend nachtgoud doet haar

uitgeleide

voorgoed godenkind

 

naar oord van aanvang

en ik sprakeloos

blijf onbestemd verwijlen.

 

DELEN

Liefde vraagt liefste

om niets anders

haar gulheid schenkt

ons overgave

 

vervuld ben ik

niets liever

dan hopeloos

ontheemd in jou.

 

NACHTWAKE

Weemoed is nacht

waarin men zegen schenkt

 

en aardse zuchten

uit de droom

 

in schoonheid vereend

te ontworden.

 

OCHTENDLIED

De heer zo groot schept droom en daad

en wekt ook mij tot leven

al is bloeiwijs van zijn wens

en stroomt in ene geven

 

lijf geschonken schenk ik u

in zuiver voelen van wat dringt

waargenomen reik ik u

mijn tekens van verbijstering

 

huis gewijd ik loof het u

als oord van licht en kleur en zang

werk ontvangen bied ik u

als gift voor allemans belang

 

lief ontmoet ik reik haar u

in vreugdevol vereren

mijn eigenheid zij dierbaar u

uit bodemloos ontberen

 

zo vestig ik mij in uw aandacht

adem in het ene licht

waar hart en ziel ontwaren leeg

uw levend aangezicht.

 

VREUGDE’S AANVANG

Ik koester jouw juwelen hart

je reine huid die pracht spreidt

warmte in je gouden handen

zegen zegen van je stem

 

bedank elk onbetreden pad

het zonlicht in ons groeien

vogelvriendenvreugdebrengers

heel gods weidse ademruim

 

hier opent zich mijn levenslust

voor ieder kwetsbaar wezen

ten diepste delend in dit schoons

wens ik mij prijsgegeven.

Naar begin van reeksNaar bovenNaarvervolg van reeks