Spelsel |
||
Breek wering
van de stenen muur
negeer historische restant
verken de ruwe grond
waaronder eeuwenoud
ijs steeds stuwt ongewis
aan de oever tref je naast
de blinde arend een oude man
wiens blik de einder tast
groet de vogel nauwgezet
zijn schreeuw zal jou dag in
dag uit bezielen let op
vraagt de oude om bevrijding
haal dan het vermeende
mes uit zijn rug
verwerkelijkt vind jij je kracht
niets kan jou weerhouden
niemand jou ontzien
voortaan trekt de oversteek
hoor hoe nieuw het ijs al kraakt
nu jou de bedoeling grijpt.
![]()
Vormvaste geborgenheid
elk moment beschikbaar
metselt zich tijdsteen
maar zwart de steen
laat sprakeloos
de uren wachten
achter de zielepoort
schalt wonderlijk
een woordvogel
je glimlacht maar
vóór de drempel al weet je
de vogel of ik.
![]()
Ontstoffelijking is feit
wij zinderen tekens
onderling
onszelve delend
uit voorraden
genegenheid
teren wij
wereldvreemd.
![]()
Ik ken vele woningen
maar zij gedijen niet op visie
wel staan er bloemen graag
ook in de grond
uitbundig geurend leiden
zij bewoners derwaarts
voor een drankje bij
honderduit geprevel
opdat ooit verinnerlijkt
de zinnendans trekt
spiraalgewijs het brandpunt in
van alle zijn
waar ontlading van het
bijstere vuur
ons teugsgewijs alsnog
animeert.
![]()
Slagzin klankdwelm nee
het spel sommeert
een heiliger schakel
ontnuchterd
wenkt vervoering
vanwaar bewogen waarheen
bewegend wat voor wie
beweegt beweging
wees ontvankelijk
wacht niet
bij zoveel hulpeloos gekrijs
ruisen gretig alle wapens
maar noodzakelijker
doemt reeds jouw laatste
staat van ontbinding.
![]()
Eeuwenoud gegrift
in de granieten hellingen
“Goudhart hoelang nog
moeten wij je missen”
gun de reuzen een goed
humeur minnaar
hun gefluister schenkt jou
je geheime gang.
![]()
Onwennig dit spel met onbekende
partner werpt je voort in
afzien van houvast
beweging schept zich handen
streling schept zich hart in lichte
teloorgang verloopt alles ten beste
zo deint de cirkel
inwaarts en bodemloos
verdwijnt het zicht
vreemdsoortige toverzang begeleidt
het wrang ritueel van zulk mensbeeld
wolkpoeder stremt ons bloedsel
tot klinkende reidans van
voelen en dragen en denken en doen
wat niemand kon vermoeden
dat zulk ontdaan bestaan
steeds verslavender
kan boeien.
![]()
Schuif aan in de onderste rij
gezag verrijkt zich niet
gebruik door derden
is gewenst
horden geesten popelen
de bouw te bevolken
hoor hun fluisteringen
galmen
vroeger droeg jij naam
informant
nu sier je schoorvoetend
de tombe
en transformeert
ieder teken.
![]()
Van binnenuit
golft hartezang.
![]()