ORIËNTATIE 1

ORIËNTATIE 2

ORIËNTATIE 3

WIJDING 1

WIJDING 2

AFDRACHT 1

AFDRACHT 2

AFDRACHT 3

AFDRACHT 4

AFDRACHT 5

OVERGAVE 1

OVERGAVE 2

OVERGAVE 3

OVERGAVE 4

WETMATIG 1

WETMATIG 2

WETMATIG 3

WETMATIG 4

WETMATIG 5

WETMATIG 6

WETMATIG 7

WETMATIG 8

WETMATIG 9

WETMATIG 10

WETMATIG 11

 

“Heb je de vis eenmaal gezien,

dan vergeet je het water.”

Zhuang Zi

 

ORIËNTATIE 1

Laat ons heel zacht beginnen

laat ons heel rustig zijn stil

geen fratsen

 

geen vraag geen omzien

ruimte

voor blijvende blik.

 

ORIËNTATIE 2

Hoor hoe pijn welt

liefde’s innerlijk zegel

tot mens die alles kan.

 

ORIËNTATIE 3

Zodra wij elkaar doorzien

kan het vanzelf spreken

 

dat geen herinnering verschijnt

aan wat ontdaan is

 

van zieke woord voor woord

bevallige woeker.

 

WIJDING 1

Ongerepte ruimte

die niet krimpt

van angst niet

barst van doelen

 

niet ontspant

of zich vermoeit

geen gemis en

niets aanwezig is

 

dat waan wekt

niets verschijnt

dat aantrekt

of verdwijnt.

 

WIJDING 2

Hoe ijler de zang

hoe ruimer het hart

hoe feller de branding.

 

AFDRACHT 1

Opdracht

onder alle omstandigheden

gaat het ene schuil

 

nee omgekeerd

hemelse zang

sticht vele koren maar

 

in de stilte van het hart

klinkt ieder lied

af.

 

AFDRACHT 2

Verder die rem

op aandrang van onzin

 

in magistrale grot verhoort

spiraalschelp elk verlangen

 

zalig mandaat van eenheid

intern ontkondigd.

 

AFDRACHT 3

Je kunt

niet beter ontwaken

in het feit

 

dat leven

volledig zichzelf

verklaart

 

dan door

alle uiting grondig

te delen.

 

AFDRACHT 4

De grootste wet kent geen certificaten

en ieder oordeel klutskleunt

 

heerlijk doelloos kiest de vogel

bes en tak en koerst op

 

veelvormig ervaren erevlucht door

het alwetend moederlijk oog.

 

AFDRACHT 5

Talrijk woelbaars ging op of om

wonderlijk menigvuldig stokt de deling

enkel in leegte leeft het feit.

 

OVERGAVE 1

Wat mis ik u

zachte hand

glimlach schoot

 

onbestemd

blijft leven

wartaal

 

voed mij

opdat ik voorgoed

verstom.

 

OVERGAVE 2

Schromeloos beroep ik me op

onmacht aandrang nuk en willetje

 

zo talend naar de warme haard

die ik vreemd genoeg bezit

 

o liefde draag me op aan

uw innigst laaien.

 

OVERGAVE 3

Vlees

vreemde adem

 

woord

laatste traan

 

denken

stollend bloed.

 

OVERGAVE 4

Schoonheid vlamt in ons geadeld

wat weigert onderdaan zijn dienst

één blik al maakt hem nodeloos.

 

WETMATIG 1

Goud in de haven

lading op het schip

gezang uit het ruim.

 

WETMATIG 2

De kudde in zicht

het beest dwaalt af

de jager legt aan.

 

WETMATIG 3

Het denken aan geluk

het zoeken van allen

het wekken tot leven.

 

WETMATIG 4

Stuk van een toestel

werk voor de vakman

rust in de tent.

 

WETMATIG 5

Zo, kom je nog

waar blijf je nu

wat kan er mis.

 

WETMATIG 6

Avonden waarin verhalen rondgaan

honden geborgen onder spantbalk

laat ademend vermoeide gasten.

 

WETMATIG 7

De weg zo lang

het lijf zo koud

de stem zo iel.

 

WETMATIG 8

Er kan jou slechts

adem doen delen

wat leeft in mij.

 

WETMATIG 9

Licht door de kier

zo zijn wij echt thuis

niet tastend naar sluitsel.

 

WETMATIG 10

Drab van de regen

kind op de fiets

dorp rond de put.

 

WETMATIG 11

Weer ontstaat nieuw leven

beweeglijk geprofileerd verkeer

braakland voor kiemloos raadsel.

 

Naar begin van reeksNaar bovenNaarvervolg van reeks