BEKOELD

HET GOD

MEESTERLIJK

SINTELEND

LICHT

INTENTIE

HET WERK

HERAUT

KERN

WONING

THUIS

OORSPRONKELIJK

 

BEKOELD

Hoe zou god

niet weten

te belichamen wat

zich drijft

 

zonder extra ik

zijn wij sintelende

voortgang van

koele vuurbeleving.

HET GOD

Het god is het ene

alles dat werkzaam

zich ik zegt

stilzwijgt zich god.

MEESTERLIJK

Eenheid is de meester

feilloos speelt mij

zijn hand

 

maakt

onrust en gemis

tot jaloerse luisteraar

 

geen cel meer rept

van planetaire

indrukwekkendheid.

SINTELEND

Er is geen voorschrift

voor dit spel

 

val in de schacht

en wek klankkans

 

dank de damp

voor lichte warmte

 

geef het licht

haar warme plek.

LICHT

Het wensjuweel in

adempunt

zoemt levenskracht

 

menswens

nooit ontsmolten

vangt lichtkristal

 

leegte

spoelt liefde

door allemans lot.

INTENTIE

Laat me waardig werking zijn

kracht die sterfelijks bestiert

 

groot mysterie van verdwijn

is mens die vormentover viert.

HET WERK

Gericht en bestemd

wordt werk gemaakt

 

het dwarrelend vragen

ontneemt kluns

zijn kluts

 

gericht en bestemd

wordt werk gemaakt

 

steeds trager

zoeken tekens

hun onvindbaar lot

 

gericht en bestemd

wordt werk gemaakt

 

niemand die de plek

van vuurdans

nog kent

 

gericht en bestemd

wordt werk gemaakt

 

vergeefs grijpt

vlees zijn nieuwste

wanhoop

 

gericht en bestemd

wordt werk gemaakt

 

voorgoed herademt

deze mens

verlicht in waan

 

gericht en bestemd

wordt werk gemaakt.

HERAUT

Levende dharma

getekend

van godsbestaan

 

wettigt

 

dodelijk karma

beslecht

in vormenwaan.

KERN

Nooit vertekend

het grote licht

 

zie de kern

leef ongeboren.

WONING

Elk huis

een universum

 

elke bewoner

een universum

 

elke ervaring

een universum

 

elk ik

een leegte.

THUIS

Verbeten volgt waarheid

haar eerste geur

vlees knarst

van volmaaktheid

 

niet waarneembaar

vredig

draait genieter

in de as

 

van innerlijke armoe

gul omgeven

wijsheid

weet voldoende

 

het goede

kent zich niet

huis zonder duiding

dit levenslied.

OORSPRONKELIJK

Als overrijpe appel

laat ik me vallen

in vruchtbare bodem

 

huid wordt kracht

sap wordt kracht

merg wordt kracht

 

in helder licht

bij open wind

uit weidse oorsprong

 

voed ik bloeiende

bodem van vele

bomen het zaad.

 

Naar begin van reeksNaar bovenNaarvervolg van reeks