Hongzhi |
||
Gedichten over de Bodhisattva's in
de Soetra van Volledige Verlichting [1]
Uit: Taigen Dan Leighton: Cultivating the Empty Field;
The Silent Illumination of Zen Master Hongzhi. Tuttle Publishing, 2000
Het Grote Wezen Manjushri wekt de werkelijkheidsbries. [2]
Wijsheid doorziet de waan en verdrijft het lang slepend duister.
Oogaandoeningen zijn uitgeziekt, fantoomboeketten verwelken vanzelf.
Het bewustzijnslicht straalt eenvoudig; terugkerende onechtheid lost op.
De houten man loopt rond, en keert langzaam terug naar zijn plaats;
De jade vrouw wentelt en draait, en wint daarmee verdienste. [3]
Hij staaft het kernprincipe om bloot te leggen wat er speelt.
In alle poorten heerst transformatie, zo groot is zijn goddelijke kracht. [4]
SAMANTABHADRA
Mijn huis wordt onderhouden door de natuurlijke bron.
In alle landen, talloos als atomen, is Samantabhadra zichtbaar. [5]
De hoorn van een neushoorn heeft één punt; de schaduw van een kikker is transparant.
Het geestesjuweel heeft negen facetten; een kolonne mieren dringt door alles heen.
Ontwaken kent geen opeenvolgende stadia en verwijdert fraaie randjes.
Illusies smelten vanzelf en gaan op in de cirkel.
Het wonderlijk antwoord doordringt het lichaam zonder voor- of achterzijde.
De oude bloesemspiegel laat zich niet besmeuren door oogverblindende schoonheid. [6]
UNIVERSELE VISIE
Wie volgt Universele Visie en komt naar de plaats van ontwaken? [7]
Staande voor de hoogste hemel, opent zich het juwelennet.
Totale gloed vult de hele locatie;
Deze innerlijke puurheid verbreekt iedere subtiele gehechtheid.
In het vlechtwerk van principe en verschijnsel dient zich ware leegte aan.
Het licht dat de oerverwarring oplost is niet een of andere lantaarn.
Dit betekenisvol gebeuren is jouw kans.
Boven de pottenbakkerij verrijzen bliksemflitsen.
MAITREYA [8]
De wortels van onwetendheid en zaden van gehechtheid zijn krachtig opengeploegd.
Het eerste stadium van spiritueel inzicht is de kostbare basis.
Het hemels wezen plant een grashalm en deelt de diepe betekenis. [9]
De Wereldwijd Geëerde laat een bloem draaien; hij glimlacht en knikt. [10]
Mahasattva Fu, de vissenbevrijder, komt alle lof toe;
Ook onnozele monnik Hotei verdient diepe buigingen. [11]
Hier en daar botsen neuzen en hoofden tegen elkaar.
Waar verfijnde geesten wonen, kan men toch niemand iets kwalijk nemen?
PURE WIJSHEID
Schep geen problemen, alvorens ontwaken volledig is.
Nu dan, vestig stap voor stap blijvende vrede.
Het verenigen van vorm en bewustzijn verloopt niet volgens vast stramien.
De Dharma-natuur smelt de cirkel, en voor ieder wenkt de overtocht.
De bron van deze kwestie openbaart zich, en de wortel komt bloot.
Hoeveel mensen ervaren dit, maar aarzelen dan om verder te gaan?
In het belangeloos tenietdoen van leven en dood wordt deugdzaamheid voltooid.
Een antwoord dat wind en vlag ontkracht, verwijdert de vlaggestok van de tempel. [12]
VORSTELIJKE DEUGD EN GEMAK
Wie de poort der drie meditaties opent, kent geen uitstel of stilstand. [13]
Eenmaal op de onophoudelijke weg, begin je eindelijk rust te vinden.
De weerspiegelingen van stralend gewaarzijn bezitten geen vaste plek.
De klokketoren waaruit hindernissen luiden, is niet zonder zin. [14]
Net als de hemelse Heerser, voorzien van een [derde] oog op je hoofd,
Geef je geschenken via de rug van je hand, als leidde je de natie.
Met wereldse werken zet je schepselen over, drijf dus in de oceaan van dromen.
Met wind en mast overwint de maankleurige boot zelfs de hoogste golven.
KLANKWAARNEMER
De wonderlijke vervulling van eenheid en veelheid ontneemt het centrum alle randen.
Gezamenlijk transformeren de vijfvoudige dynamische cirkels elke verwarring.
Blaas- en snaarinstrumenten stemmen overeen; hun klanken volgen de voorschriften.
Spoel en garen bewegen wevend, en fijn brokaat ontstaat.
Het ene geest-lichaam is in staat om reactie te proeven.
De duizend handen en ogen laten zich niet bedriegen. [15]
Gepekelde pruimen serveren is dagelijks werk voor een kranige wijze.
Keer niet terug naar harmonie en schoonheid, bespeur wrangheid, verdriet.
UNIVERSELE VERLICHTING
Genezing en ziekte bestrijden elkaar, zij vormen een hardnekkig verstrengeld paar.
De geestesbloem opent zich en manifesteert zijn eigen Zen-school.
Van nature echt en gloedvol, zonder oefening of verlichting,
Komt hij dagelijks prachtig van pas, in volle blijk van overdracht.
Door te klimmen van de rode aarde naar de wolken, doorgrond je zijn wetten.
Door gouden bladeren te schenken, stop je de tranen en schep je begin van vertrouwen.
Is de bodem bedekt met afval, loop dan gewoon door de rommel.
Spot niet met de slak die schuifelt in zijn eigen slijm.
VOLLEDIGE VERLICHTING
Keer terug naar de nabije zetel, en volg het grote rad:
Eeuwen zijn vergaan, nu deel je de levende bezieling van de Aarde.
Na ontwaken vindt het weggevallen zelf uitdrukking in continuïteit.
Verlichting komt anoniem en geen moeite blijft je bespaard.
De tien richtingen voldoen voor het gras op de besneeuwde bergen;
De ene tint stelt ossen in de vochtige weiden volkomen tevreden.
Winden waaien over het hemelwater, en werelds stof verspreidt zich.
Gezamenlijk glinsteren rietpluimen in de heldere herfstmaan.
[1] In de Soetra van Volledige Verlichting komen twaalf bodhisattva’s voor die met Boeddha spreken en diens leer vertolken. De soetra was belangrijk voor het Chinese Boeddhisme, al denken moderne geleerden dat het een apocriefe tekst is die in China is opgesteld; sommige delen van dit leerstuk werden al vroeg in twijfel getrokken, bijvoorbeeld door de dertiende eeuwse Japanse Sôtô-grondlegger Dôgen. Maar de soetra had een grote betekenis in het Chinese Boeddhisme, hetgeen voor een deel zeker toe te schrijven is aan de bezielde en invloedrijke commentaren van Guifeng Zongmi (780-841), de Vijfde Stamhouder van de Huayen-school die ook een plaats bekleedde in de Zen-stamlijn als opvolger van een van de leerlingen van de Zesde Stamhouder. Tiantong Hongzhi vermeldt aan het begin van zijn gedichten op de bodhisattva’s van deze soetra dat deze gedichten een reactie vormen op gelijksoortige gedichten op deze bodhisattva’s door Zhenxie Changlu Qingliao (in het Japans Shinketsu Chôryô Seiryo), Hongzhi’s Dharma-broeder wiens stamlijn later zou worden nagelaten aan Dôgen. De beelden in deze gedichten van Hongzhi houden inderdaad vaak weinig rechtstreeks verband met het materiaal in de soetra’s. Voor een Engelse vertaling van deze soetra, zie Master Sheng-Yen, Complete Enlightenment: Zen Comments on the Sutra of Complete Enlightenment. (Boston: Shambhala, 1999). [2] Bodhisattva - of verlichtingswezen - Manjushri belichaamt wijsheid en inzicht, en is een van de belangrijkste archetypische bodhisattva’s in het Mahâyâna-Boeddhisme. Hij vertegenwoordigt de leer van de leegte, en snijdt onbevreesd door alle illusies heen om het wezen van alle verschijnselen te kennen; hij wordt dan ook soms afgebeeld met een zwaard, gezeten op een leeuw. Zie: Taigen Daniel Leighton, Bodhisattva Archetypes: Classic Buddhist Guides to Awakening and their Modern Expression. (New York: Penguin Arkana, 1998).
Zie T. Cleary, Book of Serenity, p. 4. [3] De houten man en jade vrouw verwijzen naar figuren die door Dongshan worden beschreven in zijn Lied van de Kostbare Spiegel Samâdhi: “De houten man begint te zingen; de stenen vrouw staat op en gaat dansen.” [4] Poorten verwijst naar zintuig-poorten, of waarnemingsvermogens, maar ook naar onderrichts- of Dharma-poorten, ingangen naar verwerkelijking. [5] De naam Samantabhadra betekent Universele Deugd of Eerbiedwaardige. Hij is de bodhisattva van het verlicht oefenen in de wereld, het toepassen van wijsheid ten behoeve van schepselen. Samantabhadra belichaamt ook grote betrokkenheid en gewijde geloftes, en verheven visioenen van onderlinge verwevenheid. Ofschoon hij in vele gedaantes aanwezig is in de wereld, schijnt het ingewikkelde oefeningen te vergen om hem te zien in volle glorie. [6] “Bloesemspiegel,” is linhua, letterlijk de bloem van de waterkastanje, die diamantvormige bladeren bezit; soms ook gebruikt als term voor spiegel. [7] “De plaats van ontwaken” is dôjô, een Sino-Japanse vertaling van bodhimandala, de plek een boeddha ontwaakt. Afgezien van Manjushri, Samantabhadra en Maitreya (hierna), zijn de overige bodhisattvas die optreden in de Soetra van Volledige Verlichting verder weinig bekend, en zij komen ook niet voor in andere soetra’s. [8] Maitreya Bodhisattva is bekend omdat Shakyamuni Boeddha voorspelde dat deze leerling zou incarneren als eerstvolgende toekomstige boeddha. Men zegt dat Maitreya op dit moment verblijft in een van de meditatiehemels, in afwachting van zijn boeddhaschap en zoekend naar middelen om alle schepselen te bevrijden. Zijn naam verwijst naar de beoefening van liefdevol mededogen, en op afbeeldingen lijkt hij vaak enigszins simpel en dwaas, maar altijd vriendelijk. Vanuit historisch perspectief vormt Maitreya een complex figuur, die staat voor quasi-messiaanse hoop op een betere toekomst en die in China behoorlijk wat sectevorming tot gevolg had. Hij wordt ook in verband gebracht met de Boeddhistische Yogâcâra-school met haar meditatieve onderzoek van de fenomenologie van het bewustzijn en de mentale obstakels voor ontwaken, waarin Maitreya zich verdiept terwijl hij geduldig wacht op boeddhaschap. [9] “Het hemels wezen plant een grashalm” verwijst naar een verhaal dat Hongzhi opnam als kwestie 4 in zijn koan-verzameling die de basis vormde voor het Boek van Sereniteit. Indra, god van de schepping, maakte een wandeling met de Wereldwijd Geëerde en zijn gevolg, en de Boeddha wees naar de grond en zei: “Dit is een geschikte plek om een heiligdom te bouwen.” Indra nam een grashalm, stak hem in de grond en zei: “Het heiligdom is gebouwd.” De Boeddha glimlachte. Zie T. Cleary, Book of Serenity, pp. 17-19. [10] Hier wordt gedoeld op een bekend Zen-verhaal, waarin Boeddha stilzwijgend een bloem toont ten overstaan van de menigte, waarop zijn leerling Mahakashyapa glimlachte. In de Zen-traditie wordt dit beschouwd als de eerste overdracht van de “schat van het Ware Dharma-oog, en de wondere geest van nirvana”, hetgeen Mahâkâshyapa maakte tot de eerste Indische Zen-stamhouder. [11] Mahâsattva Fu (497-569) was een befaamd Boeddhistische lekenprediker in het oude China. Men zei dat Fu in de leer was gegaan bij zijn tijdgenoot Bodhidharma, die befaamd was als grondlegger van Chan. Fu beweerde uit Maitreya’s meditatie-hemel te zijn gekomen; hij werd later dan ook alom beschouwd als een incarnatie van Maitreya. In dit gedicht gebruikt Hongzhi een van Fu’s bijnamen “Vis Bevrijding Groot Wezen” (Yuxing Dashi in het Chinees; Gyôgyô Daishi in het Japans). Fu werd zo genoemd vanwege zijn gebruik om vissen die hij had gevangen terug te brengen naar het midden van de rivier en de vissen die dat wilden vrij te laten uit zijn mand. Fu redde later veel boeren van de hongerdood door al zijn huisraad te verkopen; met zijn gezin werkte hij hard op het land om de vele mensen te voeden terwijl hij hen tevens de Dharma verklaarde. [12] Wind en vlag ontkrachten verwijst naar een verhaal over de Chinese Zesde Stamhouder Huineng. Nadat de Vijfde Stamhouder hem overdracht had verleend, leefde Huineng vijftien jaar lang in anonimiteit, alvorens hij zich bekend maakte en begon te onderrichten. Aanleiding voor het verrijzen was het verhaal dat als kwestie 29 fungeert in de Poortloze Poort, de koan-verzameling Mumonkan; daarin hoorde hij twee monniken discussiëren over een vlag die in de wind wapperde. Een monnik zei dat de vlag bewoog. De andere zei dat de wind bewoog. Huineng merkte op dat hun beider geest in feite bewoog. [13] De drie meditaties verwijzen naar de drie meditatie-technieken of geschikte methoden zoals Boeddha die in de soetra beschrijft aan Bodhisattva Vorstelijke Deugd en Gemak. In het Sanskriet heten deze respectievelijk shamâtha, samâpati, en dhyâna, en de soetra bespreekt op diverse manieren het gebruik ervan. Op gevaar af de uitleg van de soetra ál te vereenvoudigd weer te geven: de eerste techniek houdt in een tot rust brengen en stillen van alle gedachten. Dit gebeurt niet door gedachten te onderdrukken en buiten te sluiten, maar door gedachtenactiviteit eenvoudigweg te laten komen en gaan, zonder je erom te bekommeren en zonder iets te manipuleren. De tweede techniek betekent: alle verschijnselen te zien als even illusoir, zelfs met inbegrip van verlichtingsonderricht, terwijl de beoefenaar toch blijft delen in dit illusoire veld teneinde de waanwezens te bevrijden. De derde methode die de soetra beschrijft behelst het loslaten van alle ideeën en een volledig realiseren van de leegte van lichaam en geest en elke andere notie. Hierdoor worden alle hindernissen overschreden, ofschoon de beoefenaar zich gewoon manifesteert in de fysieke wereld, “net zoals de klank van een muziekinstrument verder kan dragen [dan de klankkast].” Zie Sheng-Yen, Complete Enlightenment: Zen Comments on the Sutra of Complete Enlightenment. pp. 41-42, 224-235. [14] De Soetra van Volledige Verlichting zegt in het hoofdstuk over de Bodhisattva van Pure Wijsheid: “Alle hindernissen zijn zelf absolute verlichting,” en “Alle kwellingen zijn in werkelijkheid bevrijding.” Zie Sheng-Yen, Complete Enlightenment. p. 38. [15] Duizenden handen en ogen is een verwijzing naar de iconografische vormen van de Bodhisattva van mededogen: Avalokiteshvara in het Sanskriet, Chenrezig in het Tibetaans, Guanyin in het Chinees, en Kannon of Kanzeon in het Japans. Het is waarschijnlijk de populairste bodhisattva, en tevens een van de meest complexe, met veel verschillende verschijningsvormen. De naam Avalokiteshvara/ Kanzeon betekent de Geluiden van de Wereld Gewaarzijn, hetgeen veel lijkt op de naam van de Bodhisattva Klankwaarnemer, maar dit lijkt toch een andere bodhisattva te zijn dan de befaamde bodhisattva van mededogen. Voor Avalokiteshvara in al haar gedaanten, zie Leighton, Bodhisattva Archetypes, hoofdstuk zeven. |
DE VIJF POSITIES
Het Gedeeltelijke binnen het Volledige:
De blauwe lucht wordt helder en de koude stroom van de Sterrenrivier droogt op.
Te middernacht bonkt de houten knaap op de maandeur.
In het duister schrikt de jade vrouw op uit haar slaap.
Het Volledige binnen het Gedeeltelijke:
Oceaan en wolken treffen elkaar op de top van de geestesberg.
Bij terugkomst golft het haar van de oude vrouw als witte zijde
En beschroomd kijkt zij in de spiegel die haar beeltenis killetjes weerkaatst.
Komend vanuit het Volledige:
In het nachtelijk maanlicht ontdoet het enorme zeemonster zich van zijn schubben.
Zijn grote rug schurkt langs de hemel en zijn vleugelveren slaan de wolken uiteen.
Zoals hij her en der scheert over het pad der vogels, hoe rangschik je hem?
Komend vanuit Beide Tezamen:
Oog in oog, hoeven we elkaars namen niet te schuwen.
In de veranderlijke wind blijft de diepe betekenis onberoerd.
In het licht leidt een weg naar de natuurlijke verschillen.
Aankomend in Beide Tezamen:
De Grote Beer helt over het uitspansel voor het krieken van de dag.
De kille dauw doet de kraanvogel ontwaken uit zijn dromen.
Als hij opvliegt van zijn oude nest, stort hoog in de wolken de oude pijnboom omver.
![]()