|
HOUDING |
POSITIE |
PERS. |
UITLEG |
|
Schouderleun driehoek |
Staan |
2 |
Met partner rug tegen rug staan; beiden schuifelen voorwaarts met behoud van schoudercontact; zo diep mogelijk staan, hoofd op schouder van partner leggen. |
|
Zakken tot schroefzit |
Staan |
1 |
In voeten draaien naar hanmi, dan doorzakken in knieën, schroevend in dezelfde richting zodat je blik 180 graden gedraaid is; opkomen zonder handen te gebruiken. |
|
Stilstaan |
Staan |
1 |
Voeten op heupbreedte, knieën open, bekken recht onder je, buik los, rug recht, schouders los, borst open, hoofd recht, kin in, kruin naar plafond; alle energie toelaten (ook onwillekeurige bewegingen). |
|
Schouders draaien |
Staan; zitten |
1 |
Schouders ontspannen voor- en achterwaarts cirkelen; ook schouders opheffen inademend en loslaten uitademend. |
|
Hoofd rollen |
Staan; zitten |
1 |
Hoofd in losse nek leggen en laten rollen voor-, zij- en achterwaarts. |
|
Achterwaartse ligschroef |
Zitten op billen |
1 |
Benen op grond voorwaarts gestrekt houden; schroeven in bekken met armzwaai en uitademing tot blikrichting 180 graden gekeerd is; inademend terugkomen en uitademend andere kant idem. |
|
Dijbeen-rek |
Zitten op billen |
1 |
Voeten met zolen tegen elkaar naar je toe halen; knieën zijwaarts laten zakken tot rek in dijbeen; eventueel helpen met armsteunen op bovenbeen. |
|
Spreidzit |
Zitten op billen |
1 |
Benen ver spreiden, voorwaarts en zijwaarts buigend met bovenlijf in uitademing rekken. |
|
Weegschaal zakken |
Staan |
2 |
Afwisselend opkomend en neergaand zakken in hurkzit terwijl je elkaars handen zo licht mogelijk vasthoudt. |
|
Arm- en beenrek |
Liggen op rug |
3 |
2 partners rekken je uit aan armen en benen. |
|
Zakken links en rechts |
Staan |
1 |
Vanuit spreidstand zakken in een been tot hurkzit met zool op grond; andere been gestrekt zijwaarts. |
|
Holle rug handsteun |
Liggen op buik |
1 |
Handen onder je schouders op de grond zetten en opduwen; bekken los laten hangen naar grond, hoofd in je nek leggen. |
|
Seiza |
Zitten op knieën |
1 |
Bekken recht, rechte rug, hoofd recht, kin in, schouders los, armen licht; adem in je centrum volgen. |
|
Zijwaarts buigen |
Staan |
1 |
Bovenlijf met hulp van bovenwaartse arm zijwaarts buigen in bekken; niet teveel schroeven in je as. |