|
ADEM |
POSITIE |
PERS. |
UITLEG |
|
Rijzen en dalen |
Staan |
1 |
Handen voor je buik; in: palmen op, rijzende beweging omhoog; uit: palmen neer, zakken laten omlaag. |
|
Opduwen |
Liggen op buik |
1 |
Handen naast je schouders op grond zetten en uitademend opduwen, met behoud van verband in je lichaam; inademend weer zakken tot grondlig. |
|
Armzwaai hoog en laag |
Staan |
1 |
In: armen omhoog zwaaien tot teenstand; uit: armen laten vallen tot hurkstand. |
|
Golf spoelen |
Staan |
1 |
In: palmen neer armen omhoog brengen voor je; uit: palmen neer armen omlaag brengend golf wegspoelen van je vandaan vooruit. |
|
Ruimte-adem |
Staan |
1 |
Uitademend armen in extensie brengen met palmen naar voren, respektievelijk naar voren, naar boven en naar zijkanten. |
|
Handen op centrum |
Staan; zitten |
1 |
Beide handen met de palmen open naar je buik brengen; uitademend warmte en energie toevoeren naar je centrum. |
|
Kracht-adem |
Staan; zitten |
1 |
In: armen vooruit steken, handen open, palm neer; uit: vuisten maken en armen schroevend inhalen naar je centrum tot vuisten in zij staan. |
|
Verzamel-adem |
Staan; zitten |
1 |
In: zijwaarts armen openen, palmen voorwaarts; palmen op keren en armen omhoog brengen zijdelings tot vingers elkaar raken; uit: palmen neer en armen voor je midden omlaag brengen. |
|
Klank-adem |
Staan; zitten |
1 |
Gedragen door uitademing m-klank voortbrengen vanuit de oorsprong van de stem, spinnend als een poes. |
|
Voorwaarts neigen |
Zitten op knieën |
1 |
In seiza uitademend voorover buigen; inademend weer rechtkomen. |
|
Ruggelingse armhef |
Zitten op knieën |
1 |
Achter je rug een van beide polsen grijpen; inademend de afstand tussen rug en armen vergroten, uitademend ontspannen terug laten komen |
|
Opkomen met hoofd naar knieën |
Liggen op rug |
1/2 |
Handen naast je hoofd zetten; uitademend omhoog komen (oprollend vanaf hoofd). |
|
Kiai-stoot |
Staan |
1 |
Vanuit heupstand vuiststoot naar voren maken en uitademend buikklank uitbrengen met sterke intentie. |