|
STEUNPUNTEN |
POSITIE |
PERS. |
UITLEG |
|
Hurkzit |
Staan |
1 |
Voorover buigen, dan bekken laten zakken tot hurkzit, met zolen op de grond. |
|
As-leun |
Staan |
2 |
Palmen tegen elkaar zetten op schouderhoogte; partner om zijn as schroeven door links en rechts te leunen; denk beiden aan behoud van goede houding. |
|
Partner-leun |
Staan |
2 |
In ai-hanmi voor- en achterwaarts leunen met voorste hand tegen elkaars borstbeen; uitademend. |
|
Kruiwagen |
Liggen op buik |
2 |
Partner tilt bij enkels, jij maakt armsteun; lopen op handen/polsen met behoud van rechte houding en intern verband in je lichaam. |
|
Armsteun ontnemen |
Liggen op buik |
2 |
Beiden steunen op armen; probeer elkaars steunhanden naar buiten te slaan en zo de balans te verstoren. |
|
Knie-plooi |
Staan |
1 |
Staan in hanmi; zakkend staan in respektievelijk voorste en achterste been; bovenlichaam goed recht houden. |
|
Zijwaarts schoppen |
Staan |
1 |
Afwisselend links en rechts hoog schoppen met been. |
|
Standbeen |
Staan |
1 |
Links en rechts gaan staan in standbeen, uitademend; andere been wordt heel licht en vrij. |
|
Grond effenen |
Staan |
1 |
Met standbeen-gewicht zwellende plekken in grond definitief terugduwen, kracht breed spreidend naar aarde. |
|
Looppas lichtvoetig |
Staan |
1 |
Gelijkmatige en lichtvoetige tred in duurzaam tempo; alle ledematen ontspannen en soepel gebruiken. |
|
Plek-kiezen |
Staan |
1 |
Vanuit steun in standbeen met vrije been willekeurige plek raken; dan pas gewicht overbrengen naar nieuwe plek en na creëren van steun andere been bij halen. |
|
Plafond duwen |
Staan |
1 |
Op tenen lopend met kruin zwakke plekken in plafond herstellen/terugduwen. |