Gebed van Hakuin

Zelfs al zou het hemelruim uiteenspatten,
mijn gelofte kent geen eind.
De verdienste van dit wijsheidslied gaat naar allen
die verlangen naar het zodanigheidsverblijf. 

Aan de boeddha's van de drie werelden,
aan zen-stamhouders en wijze thuisverlaters wijd ik me,
aan elke deva, naga en demon die de wet hoedt
en alle goden in dit rijk voorziene land. 

Mogen alle broeders hier bij mij verzameld
met onwrikbaar gemoed en diamanten visie
zich doeltreffend wijden aan het slechten van de wand, 

en moge hun vervolmaking van het stralend goedheidsjuweel
en hun opschoning van alle blindheidsfantomen
permanent tot steun zijn de onafzienbare menigte lijdenden.

 

Waddell, Norman: Zen words for the heart;
Hakuin's commentary on the Heart sutra. London 1996, p. 87 
+ Waddell, Norman: Poison Blossoms from a Thicket of Thorn.
Berkeley 2014, p. 411 (vertaling: Ad van Dun)