Afscheid van ijdelheid

Visie-gedeelte van de training krijgskunst-intensief, verzorgd door Ad van Dun op za. 12 dec. 2015 te Hasselt.
Video: https://www.youtube.com/watch?v=ZF28rPKHSWo

Ik wil vandaag graag gebruiken, als jullie dit oké vinden, om een soort afscheid te creëren, een soort afscheidsfeest. We hebben het vaak over een herkenningsfeest, oefenen als een feest van herkenning, maar het is zinvol om aspecten waarvan je afscheid moet nemen ook toe te laten - misschien zelfs als voorwaarde om goed te kunnen herkennen wat je toelaat. Het is makkelijker om los te laten dan toe te laten.



HIER grotere afbeelding

 

Echt toelaten, het goede toelaten doe je in vrijheid, het foute toelaten doe je omdat je geen afscheid hebt genomen, en dan laat je grijpenderwijs toe: je laat dan niet echt toe, maar dan grijp je. Maar het echt herkennen en toelaten is een vrijheidsfeest, verloopt in vrijheid. En om vrij te zijn, moeten we weten wat afscheid is.

Geen drama, maar neutraal, natuurlijk: het vermogen om los te laten hanteren. Dat is onze basiskracht: het vermogen om los te laten is onze basiskracht. En daarna kun je gaan verrijken en verbinden, en actief worden op een betrouwbare manier - als je los bent gekomen, niet als je vastzit, dan kun je dit niet. Je moet vrij zijn.
Maar dat vraagt een beetje onderzoek, om te midden van dat vastzitten los te komen of te midden van dat gehecht zijn afscheid te nemen en dit geen verlies te doen voelen, afscheid, maar herstel van verbinding. Ik heb ergens een gedichtje geschreven dat heette 'Toescheid' en dat is dus afscheid beleven als verbinding beleven, en niet afscheid als verlies.

Rigoureus afscheid nemen: definitief loslaten wat losgelaten moet worden. Ook met het gevoel dat dit niet aan jou is om te bepalen wat vastgehouden moet worden, dat je voelt: ik moet daar nou in meegaan, dit moet losgelaten worden.
Zoals iemand ervoor kiest om afscheid te nemen, en jij niet in staat bent om dit tegen te houden. Zoals iemand laat weten 'Ik ga nu sterven', en jij bent niet in staat om dat tegen te houden en voelt: dat moet op zijn plaats vallen, ik moet dat toelaten. En dat jouw toelaten dan een soort geschenk is wat jij dan geeft, in plaats van een verwarrende hechting en behoeftigheid eromheen trekken.

Dus een rustig inzicht en een nuchtere verbinding met hoe de werkelijkheid werkt, in plaats van koestering van routines en illusies. Als het oefenen dat niet had, die nuchterheid, hoe betrouwbaar zou dat dan zijn? Als we hier bezig waren met romantiek en illusies en cultivering van rituelen: pure willekeur. Oké?

Dus de vraag is dan: waar ga je afscheid van nemen? Waar hebben we het hier over? Wie heeft dit feest hier georganiseerd? Wat denk je?
Eén ding is zeker: ik heb het niet georganiseerd. Het is jouw feestje. Jij hebt ervoor gekozen om te willen oefenen. En oefenen is leren afscheid nemen: op de juiste manier, grondig, dat aspect verzorgen - loslaten. Dus vandaag gelegenheid om daar bekwaam in te worden, om afscheid te nemen van de kleinheid, van de ijdelheid, van het zeuren, het verwarren, het verwachten, het oneigenlijke, alle valse pijn.

Kleine pijn is geen echte pijn. Je moet grote pijn gaan voelen, de pijn van de mensen, de pijn van het hart, het echte lijden en niet de dagboekpijntjes, de koesterpijntjes, de kinderlijke pijntjes.
Dus afscheidsfeest van illusies zullen we het dan maar noemen? En daarmee de deur openen voor het toelaten van werkelijkheid, de kracht, betrouwbaarheid, van wetmatigheid, willen kijken naar het leven, het verloop willen kennen, niet zelf routes willen bepalen, zelf tempo bepalen, dosering bepalen. Niks willen bepalen. Gewoon voelen hoe het leven bepaalt.

Niks nodig hebben: iets bepalen doe je, omdat je wat nodig hebt; als je niks nodig hebt hoef je ook niks te bepalen. Dan val je samen met wat er gebeurt en dan voel je wat de bedoeling is, en dan help je dat allemaal zich te ontvouwen. Dan leef je in dienst van het leven, van de waarheid, van de werkelijkheid, hoe je het ook noemt. Maar dan is er niet zo'n dikke buffer van misverstand, en onrust, en vreemdheid.
Het ik is een vreemd verhaal. Daar kun je nooit een verklaring voor vinden, dat zal nooit op zijn plaats vallen. Het is een misverstand, en hoe kun je een misverstand recht breien? Een illusie wordt nooit werkelijkheid, een aanname is een beeld, een optie is een optie, werkelijkheid is werkelijkheid.

Een overbodigheid is geen noodzaak, overbodigheden kun je loslaten. Je kunt je overbodig druk maken en dan zeg je achteraf: 'Dat was niet nodig, daar was geen noodzaak toe. Maar in mijn systeem zat nu eenmaal die puls om mij druk te maken, ik maakte me daar ongerust over.' Achteraf blijkt dat dit niet nodig is en als ik dat leer, dan kan ik dat vooraf hanteren.

Als ik zie hoe de wetten gaan draaien, als ik leer vertrouwen te vinden in het leven dat ik ben, dus in de kern van het bestaan in plaats van in al van die facetjes, me druk te maken over facetjes, dan zal overbodigheid niet optreden, dan zal die onrust niet optreden en dan zal die valse beeldvorming niet optreden. Dan zul je niet naar buiten kantelen om verwachtingen te koesteren, haast te maken - al die dingen niet. Achter je kijken en proberen je te legitimeren, en onzinnig in je verleden proberen dingen recht te breien en verwachten dat dit jou veel helpt - allemaal dingen waarvan je voelt: dat is niet waar ik het moet vinden, daar kan ik niks van verwachten.

Het is veel heilzamer om realiteit te gaan belichamen, om waarheid te gaan belichamen en te stoppen met het cultiveren van een illusie, van een constructie.
Ik moet connectie gaan maken, snap je, ik moet verbinding bewaren. En niet connectie verliezen, en dan volheid zoeken in het uitwaaieren; maar verbinding, naar binnen, verticaliteit, stroom voelen. En dat is maar één signaal: hier en nu, de hele tijd, oprechtheidsignaal, aanwezigheidsignaal, vertrouwensignaal, snap je? Daar is weinig speling, geen commentaar, geen alternatieven, opties, al dat gedoe niet.

En ieder van ons kan, vanuit die kern, kijken, elk moment: je kunt jezelf bevrijden, er is geen reden om je niet te bevrijden, je hebt geen enkel argument om dat niet te doen. Je kunt elk moment zien hoe je spookt, dus hoe processing optreedt, welke vorm het ook aanneemt. In ieder van ons heeft het zijn karmische kleuren. We hebben elk onze innerlijke omgevingscultuur, onze persoonlijkheidscultuur, zeg maar, ons persoontje gecultiveerd. En dat is een koesterveld; en bij de een heeft het die kleur en bij de ander die, maar dat is allemaal niet zo belangrijk.

Uiteindelijk zweet je dit weg, uiteindelijk verdampt dat allemaal, en dan blijft jouw aanwezige, edele, natuurlijke, niet door jezelf vastgehouden aard over, van lichaam, karakter, expressie. Snap je? Dan ben je een directe weergave van het leven. Daar zit geen processingruimte meer; dat is ballast die dankzij het oefenen verloren gaat. Je wordt lichter, directer, en constanter - en als je constant wordt, waar is dan nog ergens een aanleiding om je te beoordelen?

Beoordelen is verlies van constantheid, voel je dat? En als je de juiste intentie hebt, en je gaat die dienen, dan word je expressie van die constante intentie. En dan is al dat gemanage van jezelf en dat beoordelen en dat ingrijpen te zwak, snap je, dan heeft dat zijn gezag verloren en dan draai je daardoorheen, dan straal je daardoorheen. Dan committeer je je aan je intentie en dan doe je je best om waarheid te belichamen en te dienen en te voelen elk moment: hoe draait het? Heb ik er verbinding mee of niet, wat is de bedoeling? En meer niet. En de manier waarop je daar schoon schip mee maakt, is door goed waar te nemen wanneer je zwak wordt, wanneer het dampen gaat, wanneer je koestert, wanneer je je verliest in illusie.

Dit is de enige manier. Als we dat zouden blijven voeden, dan zouden we alleen maar een groter illusieveld worden, zoals... bejaardenhuizen zitten vol daarvan; de wereld is vol van mensen die alleen maar gekte..., alleen maar - onzinnig - niet weten wat er gebeurt. En de troost zoeken, en de druk voelen - en geen idee hoe ze daar kwaliteit in vinden, behalve via momentane troost en contacten met anderen en beelden over het universum of het hiernamaals en al die dingen.

Maar je bent er nu, je bent er. Je hoeft geen beeld, je hoeft geen verklaring. Je kunt voelen hoe je deel uitmaakt van het leven. Je kunt voelen hoe je bewogen wordt, je kunt voelen hoe je aanwezig bent, je kunt voelen dat je niet ingevuld bent, en dat je dat ook niet wilt, dat je het fijn vindt om open te zijn. En dat jou dit betrouwbaar maakt, dat je rechtstreeks voelt of de dingen een op een kloppen en wat er gaat gebeuren, etcetera. Zoals je dat met je lichaam doet, als we gaan werken: met je balans, de ontspanning, de dynamiek, het ritme - al die dingen kun je voelen. Dat is wat we oefenen. Adem kun je voelen, de ruimte van je geest kun je voelen, de oprechtheid van je hart kun je voelen, de gerustheid van het besef - kun je allemaal voelen.

En ik denk ook, afsluitend, dat het beter is om het op deze manier te klaren dan dat je een of andere soort fetisj of zo, een of ander middel zoekt om je erbij te houden - dus dat je je gezag, je oefengezag zoekt in middelen.
Als jij jouw hart, jouw besef, jouw waarheidsbesef, jouw oprechtheid - al die kwaliteiten van je hart - het middel maakt, ben je het snelst klaar. Als je daar die intentie voelt, kun je de hele zaak... 'Met alle besef van wat mij nou eigen is en van alle middelen waar ik over beschik, wil ik dit zo belichamen en dienen dat het helemaal goed voelt': als dát je intentie is, dan is dat de beste intentie, denk ik, de beste garantie dat je er komt.

En probeer nou te zien... in het licht daarvan is er links en rechts best aanleiding om te zien: 'Verdorie, daar heb ik dingen laten liggen' of 'Wat ik nou heb gedaan, kan beter'. Zo leren we, snap je? Dat hoort erbij: besef van schaamte, van tekortkoming - maar niet als schuld, maar als voeding voor verbetering, als transformatie, als leermateriaal.
We kunnen niet bescheiden genoeg worden. Hoe kernachtiger, hoe leergieriger je staat, hoe sterker je wordt. Hoe meer je denkt dat alles wel oké is, hoe doodser je bent - en ook, hoe minder je betekent.

Als jij een veld zou zijn dat alleen maar gevuld zou zijn met 'Boh, ik ben goed, hei; boh, ik ben goed; ik kan dit, en ik heb dat en daarmee ga ik zo doen, en dat...', zo'n heel dicht verhaal dat nergens wil leren, alleen maar zich koestert in zelfgenoegzaamheid: ik denk niet dat je daar veel interesse voor voelt, voor zo iemand. Dat je meer het gevoel hebt: 'Nou, laat die maar in zijn sop gaar koken en hopelijk wordt die ooit ergens wakker.'
En het tegendeel - mensen die beseffen hoe moeilijk het is en hoe lastig het is om goed op te passen en je weg te banen en oog te krijgen voor alles, en ook een besef hebben van verwikkeld zijn geweest en nóg verwikkeld zijn en oprecht daar uit willen komen - dat is interessant, daar leeft wat. Die kun je ook bevragen: 'Hoe doe je dat, en wat precies ontdek je nou, in deze fase, en wat heb je al geleerd, en wat wil je nog graag leren?' Dat is heel interessant, hè.

Oké? Samenvattend: afscheid van ijdelheid. Kun je dat herkennen misschien als kopje voor dit verhaaltje? Is ijdelheid voor iedereen bruikbaar?
[Na reacties] Je zou meer voeling willen hebben met ijdelheid? Ja, ijdelheid is een hele fijne aanduiding voor het ego. En daar hebben we het eigenlijk over: het loslaten... dat je herken je wel, hè? Dit hele verhaal gaat over het loslaten van het ego.

Ijdelheid heeft de twee fijne aspecten van vergeefsheid - 'het is ijdel', 'ijdele hoop', 'een ijdel project', 'vergeet het maar' - en van trots, arrogantie. En dat zijn precies de twee kanten van het ego: een vergeefse arrogantie. Een vergeefs verschijnen, een perspectiefloze, een ijdele poging.
Maar ijdelheid heeft misschien ook een gevoel bij jou, het heeft ook een camouflagekarakter: dat je je opschoont, mooier maakt. De kwetsbaarheid voor belediging, dus dat je je op je tenen getrapt voelt omdat je ijdel bent, ijdele trots - allemaal hele vervelende aspecten, niet wenselijk, en oppervlakkig. Niet wezenlijk, als je je daar druk over maakt. En dit helpt je om het ego snel aan de straat te zetten, hè: weg.

Maar voel je vrij om er een andere titel aan te geven. Dus mijn titel was 'afscheid van ijdelheid'. Hoe zou jij dit verhaal samenvatten voor jou, in het licht van afscheid?
Herken je de intentie: dat het mogelijk is om te leven in kloppendheid? Dat het afhangt van jouw besef, jouw intentie, van de keuze ook? Dus dat je de helderheid hebt om het te zien, en dan voelt: 'Daar wil ik werk van maken en dat ga ik nou definitief op de juiste manier doen.'?
Daar hangt het vanaf. Als ons dat niet duidelijk is, het verschil tussen die twee polen, en dat je afscheid kunt nemen van een van die twee polen dankzij de kracht van die andere, dan is het afwachten wanneer het eindelijk op zijn plaats gaat vallen, die duidelijkheid, zodat je kun begínnen met werk maken ervan.

Vraag van Birgitta: Het wordt benoemd als een wetmatigheid, maar als ik last heb van heel concrete aspecten, is het dan toch heilzaam om te trekken naar die wetmatigheid en niet naar die individuele aspecten?

Ja, het is heel heilzaam om nuchter te worden en een grote bedoeling daaronder te voelen, onder alles wat er gebeurt. Je hebt een andere opdracht dan het gemoed alleen maar een beetje rooskleurig te laten voelen - er is iets veel groters gaande, en jij committeert je daaraan. Als je dat niet doet, als je dat niet definitief pakt als gezaghebbende pool, dan zul je je leven lang last blijven houden van opspelingen, zeg maar, opspelende kleinheid, omdat je denkt dat het erbij hoort.
Maar het hoort niet erbij. Gevoeligheid, kleur - dat hoort erbij allemaal. Maar kleinheid niet, dat moet echt definitief eruit. Het moet zuiver worden, helemaal, tot op de graat zuiver, en dan verschijn je in je verfijning, en je vermogens, en je betrouwbaarheid en je rust. Als we dat hele ego-verhaal niet hartstikke uitzuiveren kom je daar niet aan toe.

Dit is niks speciaals hoor, dit is de boodschap van alle leraren, dit. Dit is wat Osensei bedoelt, als hij het heeft over misogi. Hij oriënteert zich ook elke keer opnieuw naar de verbinding met het universum, de zuiverheid van de grote, nuchtere, neutrale opstelling: leven dienen, geen kleine pojectjes.
Hij zegt tegen zijn zoon: 'Joh, maak jij dat kleine projectje maar af.' Dat kleine projectje is een wereldwijd opzetten van een aikido-organisatie, waarvan de wereldse mensen zeggen: 'Wow, ik wou dat ik dat kon.' Maar Osensei zegt: 'Joh, regel jij dat maar; ik ga lekker naar Iwama, en ik ga lekker verder met trainen. Ik heb wel wat anders te doen.'

Prioriteiten. Dat zou je ook kunnen zeggen als ingang, hè: wat is het belangrijkste, wat is de prioriteit? Wat is je doel? Wat is je doel, wat is je gronddoel? Waar besteed je je energie aan, waar gaat je aandacht naartoe? Is je doel om je een beetje prettig te voelen? Mm, moeilijk hoor.

Is het je doel om duidelijk te krijgen waar het om gaat, en dit gaan belichamen? Als het laatste jouw doel is, dan is het eerste wat je tegenkomt de onduidelijkheid waar je in zit. Dan weet je waar je werk ligt.
Alles wat niet duidelijk is, is onderwerp van jouw onderzoek, van jouw oefenen. Overal waar je vatbaar bent: aantrekking (1) of afkeer (2), en verwarring, slaap, behoeftigheid, onverschilligheid (3) - dat zijn de drie grote leeraspecten, de verkleuring, de onduidelijkheid. Dat is ons niet duidelijk. We zijn niet helder, en we zijn niet vrij van afkeer en verlangen.

Als je dat wilt, die vrijheid innemen, om die aantasting, die afhankelijkheden niet langer als storende factoren mee te maken en ook niet als beperkingen in je interactie met anderen... Je kunt niet betrouwbaar functioneren naar anderen als jij gekleurd bent door die drie facetten. Als je onverschillig bent, slaperig, of als je dingen niet leuk vindt of wel leuk, als je er teveel insteekt: je bent niet betrouwbaar. Je bent beperkt dan.

Aikido is elkaar helpen bevrijden van agressie. Via de inbreng van jouw juiste intentie, jouw liefdevolle intentie. Dat is de antidote van agressie: liefde. En Osensei's vaak gebruikte motto is: 'Aikido is liefde'. Het ideogram 'ai' is niet [alleen] harmonie maar is liefde.
Als wij insteken op..., als wij krijgskunst gebruiken om die ene verkleuring, die vervorming van agressie te pakken en even de hebzucht en de onverschilligheid te laten voor wat ze zijn, maar concreter krijgskunst, gekoppeld aan agressie, te gebruiken als uitzuivering van onszelf, als harmonisatie van dat aspect [afkeer], als we die vatbaarheid oplossen dankzij aikido, dan zul je zien dat die andere twee [hebzucht en verwarring] daar ook baat bij hebben. Dat je wakkerder wordt, betrokkener wordt, dat je niet zo onverschillig bent; dat je aandacht schenkt, dat je je verantwoordelijk voelt, dat je je deelt, verbinding voelt.

En je zult ook voelen dat je geen overdreven behoeftigheden meer hebt, dat je een volheid ervaart op hartsniveau, en niet hebzucht nog nodig hebt als compensatie of om je te bewijzen, dat soort dingen, hè. Snap je: het doet er in essentie niet zoveel toe welke ingang je kiest naar jezelf, waar je begint met opschonen.
Dus laten we krijgskunst, agressie, vandaag gebruiken als mogelijkheid om dat aangetaste gebied van kleinheid goed op te schonen. Dat we daar de intentie in wekken, als een kaars, een vlam in laten branden: 'Alles wat ik daar tegenkom aan irritatie, behoefte, agressie, kleinheid: vandaag krijg ik de kans om dat nuchter te reduceren naar aanwezigheid en herstel van een schenkende houding. Als ik te rigoureus of te hard werk, maak ik het zachter; als ik te snel ben, langzamer; als ik te langzaam ben, sneller'.

Snap je? De intentie om te geven alleen maar, om aanwezig te blijven, om het goed te doen. Blij te zijn dat het beter kan, in plaats van vervelend vinden dat je niet goed bezig bent: dat is de essentie.
Want dat is ijdelheid: als je het vervelend vindt niet goed bezig te zijn, heb je last van ijdelheid. En als je blij bent dat je voor verrot gescholden wordt, heb je geen last van ijdelheid - om het maar even zwart-wit te zeggen.

Als je blij bent dat het beter kan: dat is normaal, dat is normaal. En als denkt 'Ho, hoezo?': dat is niet normaal. Snap je? In een cultuur is het niet normaal... ik bedoel, in een cultuur is het normaal dat je assertief bent, en al dat gedoe. Maar op hartsniveau is dat niet normaal. Dus dat wil zeggen: als een kind zonder cultuur natuurlijk was opgegroeid in een exploreren van wat waarheid is, dat zou op dit moment, als het te horen kreeg 'Dat kan beter', reageren met 'O, ja': interesse.
Maar als wij in onze ijdelheid en onze zelfgenoegzaamheid waarin we niet veel meer hoeven leren, te horen krijgen 'Dat kan beter', dan wordt het: 'Hoezo? Ik dacht dat ik alles op orde heb.' We hebben andere prioriteiten, snap je, we zijn scheefgegroeid. We zijn verkeerde vaten: vaten van zelfgenoegzaamheid in plaats van dharmavaten, interessevaten. We zijn uitbaatvaten geworden, steeds dikker, en een pijp roken, en een plaatje erop, een stempeltje: 'geslaagd'.

Je voelt toch dat het daar helemaal niet om gaat. Je wil helemaal geen stempeltje, je wil gewoon van binnen draaien, je wil interesse, je wil leren, je wil groeien: alleen maar leven, leven, leven - en nergens vast komen zitten. Door, door, door..., stroom, stroom, stroom... transformatie, openheid, niet vast... geen idee. Oké?

Zullen we beginnen met wat gaan rennen, want het is tamelijk fris en wat stijfjes misschien. Het is fijn om weer die integratie van het hele lijf en de adem en ook de aandacht te begeleiden op de juiste manier, jouw rennen. Doe het aandachtig, zoals het goed voelt voor je.
En dan kun je meteen ook waarnemen of je niet teveel neigt naar op je gemak rennen, op een verkeerd gemak, dat je het ervan neemt, dat je wat sukkelt; of dat je gaat presteren. Dat zijn de twee valkuilen: teveel of te weinig. En als we gaan rennen kun je op allerlei aspectjes letten, dan kun je goed voelen: draait de volheid? Is dit het leven wat hier rent? Recht, en met aandacht, al die aspecten die we vaker noemen.
Ja? Oké, dan gaan we daarmee beginnen.