Za. 21 nov. 2015 gepubliceerd op Stiltij-weblog.

Vertaling: Stiltij

Dzongsar Khyentse Rinpoche: interview

Gesprek met Dzongsar Khyentse Rinpoche, over de relatie leraar-leerling in het licht van transcendente, ultieme wijsheid.

De enige reden, ironisch genoeg, waarom mensen naar een leraar gaan is de wens of het doel om niet meer te hoeven wensen. Begrijp je? Ik maak geen grapje of een woordspelletje. Ik probeer ook niet slim te zijn. Maar dat is het hoofddoel, nietwaar? Dit is het hele punt van het tantrisch concept van een guru. Je wil de guru niet aan het eind verlaten als een onafhankelijk iemand. Je wil de guru niet daarbuiten laten staan, als een externe redder. Je wilt je geest realiseren. De aard van jouw geest, dát is de guru. De guru is enkel een brug. Uiteindelijk moeten we dus goed beseffen: ik moet een einde maken aan het iets verwachten van een externe bron.

Vraag: Het lijkt erop dat mensen op dit punt vast komen te zitten. Intellectueel begrijpen ze wel dat het waar is wat u zegt, maar er is ook een factor houvast.

Dit is een heel gecompliceerde relatie. Een zenmeester [Dogen] heeft gezegd: 'Het boeddhisme bestuderen is jezelf bestuderen, en jezelf bestuderen is jezelf vergeten.' Ja, daarmee is het wel gezegd. Het hoogste doel van dharma-beoefening is te vergeten, nee niet zomaar vergeten maar werkelijk te overstijgen, alle dingen te transcenderen. Helder kunnen onderscheiden. Dit zou de basis moeten zijn waarop we de leraar-leerling relatie ontwikkelen. Maar vaak gebeurt het op een andere manier, vaak is de leraar-leerling relatie niet verschillend van andere relaties: vriend en vriendin, man en vrouw, echtgenoot en echtgenote. Maar dat maakt het een spel, want de leerling is onzeker. Leerlingen spelen spelletjes. Maar ook de leraar is onzeker. Leraren die niet gevestigd zijn, zijn onzeker en spelen ook spelletjes. 

Dus leerlingen gaan niet naar een leraar om te vinden wat ze nodig hebben, maar om te zoeken naar iets waaraan ze behoefte hebben. Hetzelfde gebeurt vanuit de leraar. Veel leraren, inclusief ikzelf, zijn niet eens moedig genoeg om de leerling werkelijk te geven wat hij of zij nodig heeft. Wat de leerling nodig heeft zou wel eens heel ruw of pijnlijk kunnen zijn, heel naakt - en wie heeft de moed daartoe? Dit is zo moeilijk, want ieder van ons heeft een agenda, een doel. De agenda is het grote probleem in deze wereld. We zouden agenda-vrij moeten zijn.

We weten wel dat we het ego moeten vernietigen. Maar om dit te doen moeten we op een of andere manier een voorbeeld zien, een model voor je leven, iemand die dit werkelijk gedaan heeft. En we moeten dit model bewonderen. En zodra we gaan bewonderen, is er meteen 'de vader', 'de leider', al die dingen, 'de Boeddha' ook. Dit is de enige manier waarop het werkt. Want hoe wil je anders iemand onderrichten om zijn of haar ego te vernietigen? Als je de leraar als een poetsmeid beschouwt, dan werkt het niet. Misschien wel voor heel speciale mensen, maar het werkt meestal doordat je moet opkijken naar de leraar, doordat iemand hoger of verder is dan jij, iemand die meer puurheid bezit dan jij.

Vraag: Is er een punt waarop leerlingen vast kunnen komen te zitten in zo'n gezagsrelatie, omdat ze zichzelf niet vertrouwen?

O ja, dat kan gebeuren. Dit is wat ik hiervoor al zei: menige leraar heeft de moed niet om zijn kinderen, zijn leerlingen, te geven wat zij nodig hebben, want hij heeft een agenda. Hij wil hun geven waarnaar zij verlangen, en dat kan hen verwennen. Dat kan hen emotioneel afhankelijk maken van hem. Dit is een grote verantwoordelijkheid voor de leraar - áls leraar en leerling al werkelijk geïnteresseerd zijn in verlichting. Maar als zij alleen maar een relatie willen opbouwen, ja dan moet je het zo aanpakken: de een superieur laten zijn en de ander altijd iets inferieur, steeds proberend superieur te worden maar altijd een stap te laat. Zo werkt het, zo werkt zo'n relatie.

Vraag: Herinnert u zich uit eigen ervaring een moment dat u afstand hebt genomen van zo'n proces?

Mijn leraar zien als een menselijk wezen, hem als niet puur beschouwen? Ja, dat is me niet vreemd, zelfs nu nog. Bijvoorbeeld, de hypocrisie die mensen als ik bezitten. Je doet iets, gezeten voor de afbeelding van je leraar en zodra je je erachter bevindt, doe je iets anders. Begrijp je? Daaruit blijkt een gebrek aan aanvaarding van het feit dat de leraar een boeddha is, dat hij alles weet. Anders zou er niet zoiets zijn als achter de afbeelding of ervoor.

Vraag: Hoe kun je bepalen of een leraar een authentieke leraar is?

Dat is een goeie vraag. Dat is heel moeilijk, vooral voor een begoocheld wezen. Hoe kunnen wij dit beoordelen, zelfs als we denken dat iemand een goede leraar is? Hoe kunnen we ons eigen oordeel vertrouwen? Hoe vaak niet heeft ons oordeel ons al eerder in de steek gelaten? Dit is waarom studie en contemplatie in het boeddhisme zo belangrijk zijn en niet het boeddhisme aanvaarden in blind vertrouwen, in blinde devotie. Dit is heel sterk benadrukt in het begin door de Boeddha zelf als hij zei, steeds opnieuw: 'Richt je niet op de persoon, maar richt je op het onderricht dat hij jou geeft.' 

En ik bedoel dit niet zo simpel als dit klinkt. Dit kan voortaan een soort verzekering voor je worden, dankzij studeren, door Boeddha's woorden te overwegen en te bestuderen. En dan uiteindelijk, als je een beetje rijper bent - zelfs als andere kwaliteiten gefaald hebben en je leraar misschien niet zo geleerd is of niet zachtaardig of niet rechtuit genoeg, dat soort dingen - dan is er maar één ding waar je naar op zoek moet zijn, denk ik, namelijk een leraar die niet geïnteresseerd is in zichzelf, een leraar die volledig gefocust is op jou en op alle levende wezens.

Vraag: Heeft het enige waarde om pelgrimages te maken?

Ja. Ook al zijn pelgrimages een soort ritueel geworden tegenwoordig, een soort devotioneel, ritueel element: de essentie van al die vormen van pelgrimage is onszelf eraan te herinneren dat zulke wezens [leraren] werkelijk bestaan. Niet als een held, niet als iemand die dit of dat gedaan heeft, maar als een voorbeeld.
Zelfs als je naar een plaats gaat zoals Hiroshima, al is het maar een minuutje, dan kan het je weer doen beseffen hoe wij menselijke wezens onszelf vernietigen. Zo werkt het. Naar Kushinagar gaan bijvoorbeeld kan jou eraan herinneren dat het leven onbestendig is, zelfs Boeddha's leven. Gaan naar plaatsen als Saranath kan jou eraan herinneren dat een van de grootste uitspraken die in deze wereld gedaan zijn, dáár heeft plaatsgevonden. 
En dit kan dan misschien een beetje belangstelling wekken voor de vraag: Wat heeft hij gezegd? 'Wees je bewust van het lijden, laat de oorzaak los van het lijden, enzovoort, enzovoort.' Het is zo belangrijk om onszelf steeds te blijven herinneren daaraan. Natuurlijk, als jij een goeie beoefenaar bent dan heb je dit soort dingen niet nodig; maar ik denk dat wij onszelf moeten helpen met allerlei soorten hulp, zelfs als dit betekent het hanteren van wat grovere vormen die ons helpen herinneren, zoals heilige plekken, bergen, rivieren, wat dan ook. 

Het heeft te maken met nostalgie, dat is het juiste woord waar ik naar zocht. Nostalgie kan deur openen naar vele dingen. Nostalgie kan de brandstof zijn voor creativiteit. We spreken hier over de nostalgie van een verlichtingswezen [een bodhisattva]. En dit kan de creativiteit wekken die in staat is om de dharma te waarderen, het spirituele pad, en om de futiliteit te zien van dit werelds bestaan.

In het boeddhisme betekent devotie in feite: vertrouwen in oorzaak, conditie en gebeurtenis [de keten van het voorwaardelijk bestaan]. Dit is iets wat ook wetenschappers doen. Als je een ei kookt dan heb je een bepaalde oorzaak en conditie nodig: een fornuis, een pan en water, vuur, gas, wat dan ook. En als er geen obstakel ontstaat, dan zal het ei gekookt worden. Dat staat vast, daar kun je op vertrouwen: zo koken mensen al eeuwenlang een ei, zij weten dat. Dit vertrouwen in oorzaak, conditie en gebeurtenis is wat we in het boeddhisme devotie noemen.

Vraag: Kan men een film maken [Dzongsar Rinpoche is ook regisseur] zonder een agenda te hebben? Men wil iets zeggen met een film, is dat niet een agenda?

Ja. Ik denk dat er wel enkele regisseurs zijn die dit goed voor elkaar hebben gekregen, zonder enig script, zonder zelfs enig idee wat zij zouden gaan filmen. Ik heb gehoord over regisseurs die dit deden, en het resultaat is inderdaad verbazingwekkend. Ik geloof hierin. Wij zitten zo vast aan een bepaalde levensstijl, een levensstijl die geordend moet worden en geprogrammeerd; en het wordt alleen maar erger. Wij raken steeds verder verwijderd van spontaniteit. Dat zorgt voor de grote problemen eigenlijk - zie het milieu. 
Wij vinden het niet leuk om spontaan in een grot of onder een boom te kamperen, We hebben tegenwoordig een hotel nodig bijvoorbeeld, en een creditcard en al dat spul. Wij menselijke wezens vragen om een geprogrammeerd bestaan. Op een op een of andere manier denken wij dat dit zekerheid biedt. Maar nu is het te laat. Als je een vliegticket wilt bestellen dan moet je drie maanden van tevoren boeken. Geen spontaniteiten meer, my dear.

Veel van mijn leerlingen nemen mij heel serieus. Dát is in feite een van de beste levende bewijzen dat karma werkelijk bestaat. Hier ben ik, uit het niets, een Butanees, en om me heen zijn er allemaal mensen uit plekken als de Verenigde Staten, Canada en Frankrijk. Dit zijn heel ontwikkelde mensen die geleerd hebben te denken en geleerd hebben uit te dagen, te toetsen. Maar nu zijn ze allemaal [...] Zij geloven alles wat ik zeg. Dit bewijst dat zij een sterke karmische schuld hebben bij mij; zij zullen die schuld moeten betalen en zij zullen in mijn woorden blijven geloven.

Westerse leerlingen hebben een heel frisse geest. Dat is een heel, heel groot voordeel. Oosterlingen zijn meer tevreden met het oefenpad, daar heerst veel vertrouwen; dat heeft denk ik te maken met de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan grote gezinnen waar de veertienjarige dochter of een tante of oom het werk overneemt als de moeder boodschappen doet. Dit zie je ook terug binnen de dharma, dit vertrouwen. Maar er zit ook een andere kant aan, want precies dit vertrouwen kan ook zijn nadelen hebben: dan wordt het blind vertrouwen. De grote frisheid van het westen, de frisheid van de sceptische onderzoeksgeest, is een grote kwaliteit. Maar ook dit kan te ver doorschieten: dan heeft het tot gevolg dat je niets meer beoefent omdat je alleen maar alles aan het analyseren bent.

Vraag: Nog een laatste vraag, waarmee ik mijn nek uitsteek. Leerlingen beschouwen u als een verlichte leraar; beschouwt u zichzelf als verlicht?

Ik? Nee, want ik ben nog steeds een slachtoffer van condities. Was ik verlicht, dan zou ik dat niet moeten zijn. Als de leerlingen blijven denken dat ik verlicht ben, zal die verdienste alleen maar henzelf ten goede komen - dat wil zeggen, áls er al enige verdienste is. Dit heeft te maken met de boeddhistische leer over de werking van de geest: alles is jouw geest.

Vraag: Kunt u daar iets meer over zeggen?

Het is te vergelijken met een situatie voorbeeld waarin je in de bus stapt. En een persoon stapt in de bus en gaat naast je zitten, en die persoon heeft een groot probleem. En jij, zonder het zelfs maar te beseffen, doet helemaal niets; je zit daar maar gewoon. Maar op een of andere manier heeft die andere persoon het idee dat jij hem geholpen hebt op een belangrijke manier - door niet op zijn tenen te trappen bijvoorbeeld, of zoiets. Je bent dan niet zijn genezer of bevrijder, maar die andere persoon denkt dat wel, begrijp je? Dit kan die andere persoon verdienste schenken, omdat hij blijft denken dat hij geholpen wordt. Dit komt heel vaak voor.

Ik krijg zoveel bedankjes van mensen die mij bedanken voor hulp, toen zij in dit of dat gevaar waren of in verwarring of depressie. En eerlijk gezegd heb ik geen moment aan hen gedacht. Ze zeggen: 'O dank, voor het gebed, nu is alles weer goed.' Soms weet ik niet eens wie die persoon is die mij schrijft, laat staan dat ik werkelijk aan hem of haar heb gedacht in mijn gebeden. Zo is er nog wel wat dat vaak voorkomt en dat ik hier moet vertellen. 
Mensen denken snel dat de leerling zwakke kanten heeft en dat de leraar de sterke pool weerspiegelt. Dat is niet altijd waar. Begrijp je wat ik bedoel? Als leraar kun je controle uitoefenen, dat is wat mensen denken. Maar dat hoeft niet per se zo te zijn. Bijvoorbeeld, ik had problemen met enkele dames die ik helemaal niet kende. Ik heb geen enkele connectie met hen, maar zij dachten van wel: dat ik misschien vriendelijk naar hun zou hebben geglimlacht of hun een hand had gegeven of iets tegen hun gezegd had. En zij nemen dat heel serieus op.

Alles is jouw geest, is interpretatie van jouw geest. Alles is jouw verbeelding. En er is niets dat geen verbeelding is. Verbeelding is dus heel krachtig, verbeelding is de enige werkelijkheid die wij hebben. Binnen dit verbeeldingsmechanisme zijn er fantasie en werkelijkheid in de relatieve wereld.

In de algemene zin proberen boeddhisten de geest van mensen te trainen om te denken aan zachtheid, vriendelijkheid, liefde, compassie enzovoort, enzovoort; dat behoort allemaal tot het oefenpad. Maar als je praat over 'alles is geest' dan praat je over de ultieme waarheid. In de ultieme zin hebben we het niet meer over het pad [als proces], dus dan moet je het pad niet hierbij betrekken. Als we over het pad praten, dan hebben we het natuurlijk over goed en kwaad en al die dingen, de dingen die moeten worden nagelaten en die beoefend moeten worden. Maar naarmate we het ultieme benaderen, hebben we het niet meer hierover.

Er is een goed voorbeeld. Een vrouw die wanhopig verlangt naar een baby droomt dat zij zwanger is en een kind ter wereld brengt. Dat maakt haar heel gelukkig. Binnen diezelfde droom sterft de baby. De vrouw is heel verdrietig. Zij wordt wakker. Het geluk een baby te bezitten, en de pijn over de dood van de baby: het is allemaal verdwenen. Deze derde ervaring, dat is waar boeddhisten zich op richten. Niet op het krijgen van een baby, en ook niet op het niét krijgen van een baby, maar op iets dat verder gaat dan dit.

Ok.